Overige informatie
Hulpmiddelen beter geregeld
De hulpmiddelen verdelen via twee in plaats van drie loketten maakt de zaak eenvoudiger. Karen Gerbrands licht toe waarom de gemeenten niet de geëigende partij zijn om de verdeling uit te voeren.
Bij het begrotingsdebat VWS van vorige week heb ik in een motie een andere verdeling van de hulpmiddelen voorgesteld. Dankzij de steun van VVD, CDA en Groenlinks is er nu een meerderheid voor. De hele heroriëntatie op de hulpmiddelen is voortgekomen uit de wens van de Tweede Kamer om de hulpmiddelenregelingen te vereenvoudigen voor de burger. De minister kwam in navolging van het CVZ-advies met het plan om van drie naar twee loketten te gaan aan de hand van de volgende criteria. Alle hulpmiddelen die te maken hebben met ‘zelfredzaamheid in en om de woning’ komen onder de Wmo komen te vallen. En alle hulpmiddelen die bedoeld zijn voor een specifieke beperking gaan naar de Zvw.
Verzekerd recht vervalt
Algauw kreeg ik van verschillende kanten alarmerende vragen over dit plan. Wat bijvoorbeeld als je vanuit het ziekenhuis bij je familie wilt herstellen en die familie woont in een andere gemeente dan jijzelf? Hoe gaat jouw gemeente dan regelen dat je krukken daar terechtkomen? Er zal op zijn minst vertraging opgelopen worden. En wat te denken van hulpmiddelen voor terminale patiënten die naar huis willen? Die hulpvraag is acuut en mag evenmin vertraging opleveren.
We hebben het hier over ongeveer 1.350.000 hulpmiddelen per jaar, waarvan tachtig procent binnen drie maanden retour komt en schoongemaakt en nagekeken moet worden. Dan kun je aanvoelen dat dit spaak loopt als de gemeenten hier als schakel tussen zitten. Ik had dus grote vraagtekens of alle 418 gemeenten hier technisch en organisatorisch wel op voorbereid waren. Nog een belangrijke overweging om een andere verdeling van de hulpmiddelen voor te stellen was de mogelijke beperking van de toegankelijkheid tot de hulpmiddelen voor de burger. Onder de Wmo vervalt immers het verzekerde recht op de hulpmiddelen. Gemeenten zouden dus kunnen bezuinigen op de hulpmiddelen, eigen bijdragen vragen of zelfs besluiten bepaalde hulpmiddelen helemaal niet meer te verstrekken. Zo levert de herverdeling van de hulpmiddelen volgens het plan van de minister de burger weinig op en daar was het wel allemaal om begonnen. Ook bij het veld was weinig draagvlak: onder meer de CG-raad, ZN en de NPCF keerden zich tegen het plan van de minister.
In het basispakket
Vorig jaar hebben wij ons ingezet om de loophulpmiddelen in het basispakket te houden, dit jaar zetten wij ons in om ze uit de handen van de gemeenten te houden. Het alternatief ligt dan ook voor de hand. Breng alle AWBZ-hulpmiddelen onder bij de zorgverzekeraars en hevel niks over naar de Wmo. Hierdoor gaan we toch van drie naar twee loketten zoals steeds de bedoeling is geweest; dat maakt het beleid inzichtelijker. Bovendien blijft iedereen verzekerd van optimale en snelle dienstverlening, waarbij het niet uitmaakt waar je woont of waar je wilt herstellen. Tevens wordt bespaard op de hoge uitvoeringskosten van de gemeenten. En de zorgverzekeraars met hun grotere inkoopkracht kunnen ook nog eens hogere kortingen bedingen bij de leveranciers. Kortom, dit is de meest efficiënte en meest logische hulpmiddelenregeling voor de toekomst.
Karen Gerbrands, Tweede Kamerlid PVV

